Arbitrage: voor- of nadeel?

Mr D.L. van Dam – Franchise advocaat 

In franchise-overeenkomsten is veelal een geschillenregeling opgenomen welke ziet op de wijze waarop de bij die franchise-overeenkomst betrokken partijen met een eventueel geschil omgaan en aan welk forum zij dat ter beslechting voorleggen. Meer en meer vangt een dergelijke geschillenregeling aan met een verwijzing naar mediation, een bemiddelingstraject op vrijwillige basis. Leidt bemiddeling niet tot op een oplossing, dan schrijft de geschillenregeling veelal hetzij de gang naar de reguliere rechter voor, dan wel naar een arbitraal college, met uiteindelijk in beide gevallen een partijen bindend vonnis als uitkomst. 

Is in een geschillenregeling niet een dergelijke clausule opgenomen, dan dienen partijen zich bij conflict tot de gewone rechter te wenden, tenzij zij onderling anders overeenkomen. Een arbitrage-clausule is daarmee derhalve een uitzondering op de regel. Die uitzondering wordt veelal in het leven geroepen met in het achterhoofd de veronderstelling dat een arbitrale procedure korter van duur is dan een procedure bij de rechtbank, efficiënter verloopt en met meer specifieke deskundigheid wordt behandeld door arbiters, nu de arbiters veelal door en in overleg met partijen worden benoemd. Een of meer arbiters zijn in dat kader nog al eens afkomstig uit de branche van partijen zelf, waarmee, zo luidt de veronderstelling, beter recht zou kunnen worden gedaan aan de specifieke omstandigheden waarin partijen verkeren. 

De praktijk leert dat de bovenomschreven voordelen van arbitrage in franchising niet altijd worden verwezenlijkt. Om te beginnen de duur van de procedure: sedert op 1 januari 2002 het nieuwe procesrecht is ingevoerd, is de duur van de gemiddelde rechtbankprocedure aanmerkelijk bekort. Het relatieve voordeel dat arbitrale procedures in dat kader genoten is daarmee zo goed als verdwenen, nu met name in ingewikkelde kwesties arbitrages gemakkelijk de duur van een jaar overschrijden.

De specifieke deskundigheid van arbiters kan in sommige situaties wel een voordeel zijn. Echter, de praktijk in franchising leert dat deskundigheid op dat terrein niet ruim voorhanden is. Aan het selectieproces van arbiters door partijen dienen voorts strenge eisen te worden gesteld, aangezien in het geval dat niet geschiedt, het risico van partijdigheid van een of meer arbiters niet geheel valt uit te sluiten. 

Een nadeel van arbitrage is de kosten van de procedure. Anders dan de gewone rechter dienen arbiters door partijen zelf te worden betaald. Met name in geval van een arbitraal college dat uit drie of meer arbiters bestaat, kunnen de kosten van die arbiters bijzonder hoog oplopen, naast de kosten van de bij de procedure betrokken advocaten. Zeker bij een meer ingewikkelde kwestie, staan die kosten in zijn algemeenheid dan ook niet in verhouding met die van een procedure bij de gewone rechter. Meer dan eens laat de praktijk in dat verband zien dat, wanneer in een franchise-overeenkomst een arbitrage-clausule is opgenomen, het met name een franchisenemer feitelijk onmogelijk wordt gemaakt op die clausule een beroep te doen, omdat hij eenvoudigweg niet in staat is de daarmee gepaard gaande kosten te betalen, zeker wanneer het de betrokken franchisenemer financieel niet zo goed gaat. 

De slotsom van dit alles is dat arbitrage in zijn algemeenheid voordelen kan hebben wanneer het gaat om hoogst gespecialiseerde conflicten waarbij de specifieke deskundigheid van arbiters een daadwerkelijk voordeel kan zijn. In franchising zal dat echter veelal niet het geval zijn, zodat een keuze voor de gewone rechter in de meeste gevallen geïndiceerd lijkt. 

Mr D.L. van Dam is advocaat te Rotterdam. Het kantoor Ludwig & Van Dam advocaten is gespecialiseerd in franchising. 

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Ludwig & Van Dam in De Nationale Franchisegids 2018

De basis van een franchiserelatie is de franchiseovereenkomst. Hierin staan een aantal voorwaarden waaraan partijen zich moeten houden.

Ludwig & Van Dam Advocaten standhouder (nr. 2) op de franchisebeurs Onderneem ’t! d.d. 19 & 20 april 2018

Voor meer informatie klik op onderstaande link:

Alex Dolphijn van Ludwig & Van Dam Advocaten geeft op 19 april 2018 op de franchisebeurs “Onderneem ’t!” een seminar over: “Rechtspositie franchisenemers verbeteren? Over trends en ontwikkelingen in wet- en regelgeving.”

Voor meer informatie klik op onderstaande link.

Zorgplicht franchisegever in de precontractuele fase

De rechtbank Limburg oordeelde op 6 april 2017, ECLI:NL:RBLIM:2016:2843, dat de franchisegever in de precontractuele fase een zorgplicht heeft jegens de aspirant- franchisenemer.

Franchisenemer ontloopt hoofdelijke aansprakelijkheid in privé

De rechtbank Rotterdam heeft in een vonnis van 28 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2913, geoordeeld over de vraag wat de betekenis is van de clausule in de franchiseovereenkomst waarin bepaald is dat

Ondeugdelijke prognose door ontbreken vestigingsplaatsonderzoek

De rechtbank Den Haag heeft op 21 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3348 geoordeeld dat een prognose van een franchisegever ondeugdelijk was, waardoor de franchisenemer gedwaald had en de franchisegever

Ga naar de bovenkant