Gerechtelijke uitspraken & Actualiteiten


Verplicht blijven huren na het einde van de franchiseovereenkomst? - 18 november 2016 - mr. A.W. Dolphijn

mr. A.W. Dolphijn

In het arrest van het Gerechtshof Den Bosch d.d. 1 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4856 is een oordeel geveld over de samenhang tussen een franchiseovereenkomst (dealerovereenkomst genoemd) en een huurovereenkomst met een ander dan de franchisegever. Moet een franchisenemer blijven huren, als de franchisegever de franchiseovereenkomst tussentijds eindigt?

Gezien de tegenvallende exploitatieresultaten heeft de franchisegever, te weten Ford Nederland B.V., de franchiseovereenkomst opgezegd. De franchisenemer heeft daarop een andere bedrijfsruimte gevonden. De verhuurder, die niet tevens de franchisegever is, vordert de nakoming van de resterende huurpenningen van de franchisenemer.

Vastgesteld is dat de bedrijfsruimte in kwestie bestemd was voor de exploitatie van de franchiseovereenkomst met Ford Nederland B.V. De verhuurder heeft gesteld dat als zij bij het aangaan van de franchiseovereenkomst geweten had dat Ford Nederland B.V. het beleid zou wijzigen, zij de huurovereenkomst niet, of op andere voorwaarden, met de huurder aangegaan was. Het beroep op dwaling van de verhuurder slaagt niet, omdat de verhuurder ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst niet over minder kennis over het voorgenomen beleid van Ford Nederland B.V. beschikte dan de huurder. De mededelingsplicht aan de zijde van de huurder is slechts aanwezig indien sprake is van bepaalde relevante informatie waarover de huurder wel beschikte, of behoorde te beschikken, en de verhuurder niet. Van belang is dat de verhuurder voorheen zelf een franchiseovereenkomst met Ford Nederland B.V. exploiteerde vanuit de bedrijfsruimte en voorts niet heeft aangetoond dat de huurder meer kennis had of behoorde te weten dan de verhuurder.

De franchisenemer beroept zich op een bepaling in de huurovereenkomst, inhoudende dat indien het Ford-dealerschap ten gevolge van een beslissing van Ford Nederland B.V. ten aanzien van het gehuurde wordt beëindigd, de huurder het recht heeft de huurovereenkomst zonder bijkomende kosten te beëindigen. Aldus werd de huurder in het gelijk gesteld.

Wellicht zou ook zonder een opzeggingsbeding, zoals hier aan de orde is, geconcludeerd kunnen worden dat, als de huurovereenkomst niet meer conform de bestemming gebruikt kan worden, dit een grond kan zijn voor tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst door de huurder.

Mr. A.W. Dolphijn - Franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl