Gerechtelijke uitspraken & Actualiteiten


Franchisegever voldoet aan zorgplicht - 11 december 2015 - mr. A.W. Dolphijn

Mr. A.W. Dolphijn

franchiseprobleem, franchiseovereenkomst, franchisegever, franchisenemer, zorgplicht, franchiseformule

Hof Arnhem-Leeuwarden, 8 december 2015, (ECLI:NL:GHARL:2015:9291)

In het arrest gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9291 (Autorijschool/franchisenemer) was aan de orde de stelling van de franchisenemer dat de oorzaak van de tegenvallende resultaten van de door hem geëxploiteerde vestiging van de franchisenemer te wijten is aan de franchisegever.

De franchisegever zou, in strijd met de op hem als franchisegever rustende zorgplicht, hebben nagelaten franchisenemer intensief te adviseren en te begeleiden bij de exploitatie van de vestiging. Meer concreet is het verwijt aan de franchisegever dat er onvoldoende instructeurs ter beschikking gesteld zouden zijn. Het gerechtshof stelt vast dat er wel degelijk (voldoende) instructeurs ter beschikking zijn gesteld, doch dat deze instructeurs de samenwerking met de franchisenemer vroegtijdig hebben verbroken, omdat de franchisenemer zich jegens hen onbehoorlijk heeft gedragen en/of zich niet aan zijn verplichtingen heeft gehouden.

Een tweede pijler is gelegen in het verwijt dat door toedoen/nalaten van de franchisegever de prognoses niet behaald worden. Het gerechtshof overweegt dat het achterblijven van de omzet ten opzichte van deze exploitatiebegrotingen niet automatisch betekent dat sprake is geweest van onzorgvuldig of onrechtmatig handelen van de franchisegever. Voor dat laatste is méér nodig, zoals het verstrekken van onjuiste informatie. Overwogen wordt dat de tegenvallende resultaten van de door de franchisenemer geëxploiteerde vestiging veroorzaakt is door omstandigheden die voor rekening en risico van franchisenemer komen. Het ligt namelijk voor de hand dat de in de exploitatiebegrotingen weergegeven resultaten nimmer zijn behaald als gevolg van oorzaken die in de risicosfeer van de franchisenemer liggen, zoals de hierboven bedoelde problemen met instructeurs.

Tot slot heeft de franchisenemer aangevoerd dat de franchisegever in strijd gehandeld heeft met de zorgplicht in de zin van het verlenen van bijstand en advies. Ook dat argument faalt. De franchisegever verrichtte diverse diensten, zoals de inkoop voor reclame, de vervaardiging van professioneel drukwerk en theoriematerialen, de (zo nodig) beschikbaarstelling van lesauto's, het verstrekken van inkoopkortingen voor verzekeringen, het gebruik van een goed functionerende website waarbij nieuwe leerlingen worden doorverwezen naar de betreffende franchisenemer, de aanwezigheid van knowhow in de vorm van een opleidingscentrum, het aanbieden van opleidingen via de franchisenemer, waaronder vakopleidingen, interne commerciële trainingen en een ondernemersopleiding en ondersteuning en opleidingen op het gebied van boekhouding en bedrijfsadministratie.

Uit onderhavige uitspraak blijkt dat zonder feitelijke onderbouwing een beroep op schending van de zorgplicht niet zal slagen.

 

Mr. A.W. Dolphijn - Franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl