Gerechtelijke uitspraken & Actualiteiten


Column Franchise+ - 50 procent meer rechtzaken in franchise - d.d. 31 mei 2018 - mr. Th.R. Ludwig

mr. Th.R. Ludwig

Uit de door Ludwig & Van Dam advocaten gepubliceerde Juridische Franchisestatistiek 2018 blijkt dat er toename is van 50% in het aantal uitspraken in rechtszaken dat in 2017 is gedaan ten opzichte van 2016 (47 in 2017 en 32 in 2016). 

De Juridische Franchisestatistiek wordt al 10 jaar samengesteld aan de hand van alle gepubliceerde uitspraken van rechters. In dit onderzoek zijn alle cijfers en trends tot en met 2017 opgenomen en er zijn een aantal interessante trends af te leiden.

“Met name in de aanloop naar franchisewetgeving is het van belang dat men zich baseert op cijfers en trends in franchiseconflicten en niet alleen op uitspraken van belangengroeperingen en uitingen in de media”, aldus Jeroen Sterk, van Ludwig & Van Dam advocaten. 

“Het is opmerkelijk hoe weinig aandacht er tot dusverre is getoond in de politiek aangaande enig onderzoek naar de daadwerkelijke aard en omvang van franchisegeschillen. In geen van de stukken die de branche en/of het ministerie van Economische Zaken tot dusverre heeft gepubliceerd kan enige verwijzing naar onafhankelijk empirisch onderzoek worden teruggevonden. De onderbouwing van de noodzaak tot wetgeving en de inhoud daarvan is tot dusverre aan de branche zelve overgelaten, hetgeen evenmin gebruikelijk is. Dat is des te opmerkelijker daar waar het voornemen bestaat in te grijpen in handelsrelaties tussen private partijen. Hoe afhankelijk de franchisenemer ook moge zijn, de vraag blijft dan nog steeds op welke wijze het evenwicht het beste kan worden geborgd en waarin aldus bestaande wetgeving tekort zou schieten. Overigens wil dat niet zeggen dat overheidsingrijpen niet noodzakelijk is in een verticale zakelijke relatie die kenmerken en paralellen vertoont met andere benoemde overeenkomsten, zoals een arbeids- en agentuurovereenkomst. Het zou echter wel voor de hand hebben gelegen dat ingrijpen en de wijze waarop dat dient te geschieden te onderbouwen met een nadere analyse onder andere op basis van de voorhanden zijnde rechtspraak.”

Voor alle statistieken, grafische toelichting en de volledige verantwoording kunt u kijken op www.ludwigvandam.nl.

Aantal franchisegeschillen

Uit het onderzoek blijkt dat de trendbreuk die zich van 2013 op 2014 voordeed, wat betreft de toename van gepubliceerde vonnissen in franchisezaken, zich nog steeds verder voortzet. In 2016 en 2017 was er sprake van respectievelijk 32 en 47 gepubliceerde eindvonnissen, ten opzichte van een gemiddelde van 16 in de jaren 2008 tot en met 2013, de periode voorafgaand aan het franchisedebat.  Om een en ander in perspectief te plaatsen wordt in het onderzoek opgemerkt dat de branche in Nederland in 2016 30.914 franchisenemers kende*.

Overige geschillen

“Het is enigszins lastig een inschatting te maken van de aantallen niet gepubliceerde uitspraken. Omdat echter diverse zaken met de nodige publiciteit werden omgeven, kunnen wij, mede puttende uit eigen praktijkomvang en -ervaring, alsmede veelvuldig overleg met vele collegae in diverse beroepsgremia, wel stellen dat dit niet veel uitspraken kunnen zijn. Daarbij worden in het bijzonder die collegae bedankt die weer uitspraken en overige informatie hebben aangereikt voor de franchisestatistiek. Wel dient te worden opgemerkt dat er wel een toename van collectieve kwesties wordt gesignaleerd, welke in deze statistiek overigens als één zaak werden beschouwd”, aldus Jeroen Sterk.

“Daarnaast is het onze ervaring dat de meeste zaken worden afgedaan buiten de rechter om of tijdens een procedure alsnog worden geregeld. Terzijde zij daarbij opgemerkt dat dit soms wordt gestimuleerd door in sommige franchiseovereenkomsten opgenomen verplichte arbitrage dan wel een andere particuliere rechtsgang, die qua kosten een onneembare drempel blijkt. Dan is er nog de categorie franchisenemers en franchisegevers (want die zijn er ook) die door allerlei redenen niet wordt ondersteund of geholpen. De oorzaak daarvan is veelal terug te voeren op het ontbreken van een rechtsbijstandverzekering en/of een (al te) afhankelijke positie. Omtrent het aantal aan overige gerelateerde geschillen bestaat wel een ongepubliceerde inschatting”, licht Jeroen Sterk toe.

Onderwerpen van geschil

Uit grafiek 2 (zie ludwigvandam.nl) blijkt dat geschillen over bedingen in de overeenkomst, (niet zelden concurrentiebedingen), prognoses en beëindiging van de franchiseovereenkomst, het meeste voorkomen. Dat zou een aanwijzing kunnen vormen juist voor die onderwerpen tot regulering te komen. Daarbij dient uiteraard te worden opgemerkt dat de Wet Acquisitiefraude, die in 2016 is ingevoerd en volgens de Minister van Economische Zaken ook van toepassing is op franchiseverhoudingen, al enige wettelijke regulering biedt voor prognosegeschillen. Inmiddels is in 2017 ook door één rechtbank in een door Ludwig & Van Dam behandelde zaak  toepassing van voornoemde wet in een franchisegeschil aanvaard. Deze wet komt de franchisenemer aanzienlijk tegemoet in de vaak moeizame bewijslast vanwege kennisachterstand. 

Voorkomen is beter dan genezen

In ieder geval kan uit de aard en onderwerpen van de gepubliceerde en overige geschillen getalsmatig worden afgeleid dat het hebben en onderhouden van een goede franchiseovereenkomst veel geschillen kan voorkomen. Wat betreft de prognoses verdient het aanbeveling dat zowel franchisenemer als franchisegever, alsmede wellicht betrokken derden, zorgvuldiger omgaan met het opstellen en beoordelen daarvan in de precontractuele fase. 

Winnen of verliezen 

Als trend kan onder verwijzing naar tabel 3 (zie ludwigvandam.nl) tenslotte tevens worden gesignaleerd dat de verhouding winnen versus verliezen tussen franchisegever en franchisenemer indien wordt geprocedeerd sinds de start van het franchisedebat enige jaren geleden is omgeslagen van in meerderheid door franchisenemers gewonnen zaken naar in meerderheid (deels) door franchisegevers gewonnen zaken. 

“Dat lijkt inmiddels ook vrij structureel. Mede gelet op de niet zelden desastreuze gevolgen voor franchisenemers indien een procedure wordt verloren, doet dit vermoeden dat er kennelijk soms ofwel geen andere keuze wordt verondersteld dan met een ‘alles of niets houding’ te procederen, dan wel dat te lichtvaardig en/of met onvoldoende kennis van zaken wordt geprocedeerd. Met een dergelijk trackrecord zou ons kantoor in ieder geval allerminst gelukkig zijn”, aldus Jeroen Sterk. 

Wetgeving en wat gaat deze dan inhouden?

“Of dit alles reden is om tot wetgeving te komen en wat deze moet inhouden is niet aan de opstellers dezes, daarover is al (te) veel geschreven. De interpretatie van de cijfers is tevens aan degenen die het wetgevingsproces begeleiden of daar enige rol in hebben. Hen zouden wij willen aanraden vooral goed kennis te nemen van de achterliggende vonnissen en hun daadwerkelijke achtergrond”, besluit Jeroen Sterk. 

*Bron: NFV franchisemonitor 2017

 

Klik hier voor het gepubliceerde artikel.