Non-concurrentiebeding

Mr Th.R. Ludwig

Cursus franchising voor Netlaw

Op 2 februari 2011 geeft mr. Th.R. Ludwig een cursus voor Netlaw, een samenwerkingsverband van diverse advocatenkantoren in Nederland. Tijdens de cursus zullen onder meer de volgende onderwerpen aan bod komen: precontractuele fase – prognoses – zorgplicht franchisegever – erecode – regelgeving in ontwikkeling.

Mr J.H. Kolenbrander - Franchise advocaat

Over het algemeen wordt in deze column aandacht besteed aan het Nederlandse recht, alsmede de Nederlandse jurisprudentie, hetgeen uiteraard niet verwonderlijk is gezien de achtergrond van de gemiddelde lezer. Desalniettemin is het wellicht eens aardig om naar een vonnis van een buitenlandse, te weten een Engelse, rechter te kijken en diens oordeel te vergelijken met het oordeel van een Nederlandse rechter in een – voor zover mogelijk – soortgelijke kwestie.

Mr J. Sterk - Franchise advocaat

Het post contractueel non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst is wellicht het meest bediscussieerde beding in franchiseland. Dat houdt mede verband met het spanningsveld van de schaarste aan goede vestigingspunten enerzijds en het streven naar maximaal rendement van de franchisenemers anderzijds. Het concurrentiebeding geeft daarom ook niet zelden aanleiding tot conflicten na afloop van de franchiseovereenkomst. Recentelijk oordeelde de rechtbank nog dat een franchisenemer die dat beding overtrad op verbeurte van een dwangsom zijn winkel moest sluiten.

In veel franchise-overeenkomsten is een non-concurrentiebeding opgenomen, zowel tijdens de looptijd van de franchise-overeenkomst als gedurende meestal een jaar na afloop daarvan. De strekking van dat beding is veelal dat het franchisenemer gedurende de looptijd van de franchise-overeenkomst en dat jaar daarna niet is toegestaan, in zijn algemeenheid, met de organisatie van franchisegever concurrerende werkzaamheden te verrichten.

Mr D.L. van Dam - Franchise advocaat

In franchise-overeenkomsten wordt meer dan eens een beding van non-concurrentie opgenomen met betrekking tot de periode nadat de franchise-overeenkomst is beëindigd. Veelal is die periode een jaar na contractsbeëindiging en dient de betrokken franchisenemer zich in die periode, kort gezegd, te onthouden van activiteiten die concurrerend zijn met de activiteiten van de franchise-organisatie. Zoals onder meer in deze rubriek aan de orde geweest, dienen dergelijke non-concurrentiebedingen aan diverse regels te voldoen.

Mr Th.R. Ludwig - Franchise advocaat

De meeste franchise-overeenkomsten bevatten post-contractuele concurrentiebedingen, inhoudende dat de voormalig franchisenemer niet actief mag zijn in de branche waarin hij werkzaam is, al dan niet beperkt tot de voormalige locatie, het exclusieve gebied, of nog ruimere aanduiding. Werkt dit beding nu ook indien de franchisegever failliet gaat?

Mr M.S.J. Steenhuis - Franchise advocaat

Enige tijd geleden heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een baanbrekende uitspraak gedaan die voor alle franchise-organisaties in Nederland van groot belang is.

M.S.J. Steenhuis - Franchise advocaat

In verreweg de meeste franchise-overeenkomsten is een zogenaamd post-contractueel non-concurrentiebeding (in het vervolg kortheidshalve te noemen: “non-concurrentiebeding”) opgenomen. De strekking van een dergelijk non-concurrentiebeding is dikwijls dat het de franchisenemer niet is toegestaan om gedurende één jaar na het einde van de franchise-overeenkomst in zijn rayon dan wel het vestigingspunt van waaruit hij zijn onderneming exploiteerde een soortgelijke onderneming, in dezelfde branche, te exploiteren.

Inhoud syndiceren