Mededingingsrecht

Mr D.L. van Dam

Het exclusief afnamebeding voor de rechter, mededinging.

franchiseformule, concurrentiebeding, mededingingsrecht, prijsbinding, mediation

Feiten

Mr D.L. Vermeer - franchiseadvocaat

Afgelopen jaar, te weten op 9 maart 2010, heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) de derde versie van haar Richtsnoeren voor de zorgsector vastgesteld. In voornoemde Richtsnoeren geeft de NMa een toelichting op de toepassing door de NMa van de mededingingsrechtelijke regels op de zorgsector. Het is de bedoeling dat zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overige partijen in de zorgsector aan de hand van de Richtsnoeren zelf beoordelen of beoogde samenwerkingsvormen mededingingsrechtelijk zijn toegestaan. Veel situaties zijn overigens uniek en vragen om een individuele beoordeling.

Mr D.L. van Dam - Franchise advocaat

In de praktijk komt het regelmatig voor dat, zoals elk bedrijf, een franchisegever of een franchisenemer behoefte heeft aan extra financiering van zijn bedrijf. Nu tegen het licht van de financiële crisis bancaire financieringen moeilijker te verkrijgen zijn, wordt in dat kader nog al eens naar alternatieve middelen gegrepen. In een franchiseorganisatie kan één van die middelen zijn dat partijen elkaar geld ter beschikking stellen.

Mr. J. Sterk - Franchise advocaat

Het franchisecontract is niet bij wet geregeld. Het is een zogenaamde “onbenoemde overeenkomst”. Andere samenwerkingsvormen zijn veelal wel bij wet geregeld, zoals de arbeidsovereenkomst en agentuur. Dit zijn zogenoemde “benoemde overeenkomsten”. Het gevolg hiervan is dat er geen specifieke regels zijn waar franchisegevers en franchisenemers zich aan hebben te houden, behalve het algemene contractenrecht en daar waar de gemengde rechtsvorm andere rechtsgebieden, zoals het huurrecht en het mededingingsrecht overlapt.

Mr Th.R. Ludwig - Franchise advocaat

Onlangs is een belangrijke uitspraak gedaan met betrekking tot sturing van marge en dito prijspolitiek.

Een fabrikant in matrassen ziet zich geconfronteerd met een dealer die op eigen initiatief 20% internetkortingen verstrekt op de consumentenadviesprijs van de matrassenfabrikant in kwestie.

Mr Th.R. Ludwig - Franchise advocaat

Op grond van het mededingingsrecht is het niet toegestaan in franchiseovereenkomsten zogeheten verticale prijsbindingen op te nemen, inhoudende dat de franchisegever de franchisenemer dwingend mag voorschrijven tegen welke verkoopprijzen de producten en/of diensten door de consumenten dienen te worden afgenomen bij de franchisenemer. Ingaan tegen deze regel geldt als een hoofd- en doodzonde in het mededingingsrecht.

Mr D.L. van Dam - Franchise advocaat

In franchise-overeenkomsten wordt meer dan eens een beding van non-concurrentie opgenomen met betrekking tot de periode nadat de franchise-overeenkomst is beëindigd. Veelal is die periode een jaar na contractsbeëindiging en dient de betrokken franchisenemer zich in die periode, kort gezegd, te onthouden van activiteiten die concurrerend zijn met de activiteiten van de franchise-organisatie. Zoals onder meer in deze rubriek aan de orde geweest, dienen dergelijke non-concurrentiebedingen aan diverse regels te voldoen.

Mr Th.R. Ludwig - Franchise advocaat

Franchiseovereenkomsten zijn naar hun aard zogeheten verticaal van aard. Dit betekent dat er een verticale samenwerking is tussen de franchisegever, degene die de franchiseformule ter beschikking stelt en de franchisenemer, degene die de franchiseformule uitoefent. Dit wordt in zijn algemeenheid gezien als een samenwerking van twee verschillende schakels in de bedrijfskolom.

Inhoud syndiceren