Franchisecontract

Mr A.C. van Engel - Franchise advocaat

Artikel 7:224 van het Burgerlijk Wetboek bepaald dat de huurder het gehuurde aan het einde van de huurovereenkomst weer moet teruggeven aan de verhuurder. Daar bij huur van bedrijfsruimten veelal sprake is van een lange looptijd, kan bij de oplevering van het gehuurde aan het einde van de huurovereenkomst gemakkelijk een verschil van mening ontstaan over de wijze waarop en de staat waarin het gehuurde aan de verhuurder moet worden teruggeven.

Mr J. Sterk - Franchise advocaat

In toenemende mate richten ook franchisenemers besloten vennootschappen op. Veelal ingegeven door redenen van fiscale aard. Niet alle franchise-overeenkomsten zijn echter toegesneden op het gegeven dat de franchisenemer dan niet meer een natuurlijk persoon is, maar een besloten vennootschap. Dit kan leiden tot allerlei onduidelijkheden. Bijvoorbeeld tot wie richten zich de verplichtingen in de franchise-overeenkomst voor zover deze persoonlijk van aard zijn? Is de kwaliteit van de bedrijfsleiding wel voldoende gewaarborgd?

Mr D.L. van Dam - Franchise advocaat

Een wederkerend thema in deze bijdrage aan de First Franchise Nieuwsbrief is de betalingsdiscipline binnen franchiseorganisaties, in het bijzonder waar het de betalingsverplichtingen van franchisenemers aan hun franchisegever betreft. Reeds diverse malen is stilgestaan bij de grote risico’s die het laten oplopen van betalingsachterstanden met zich brengt. In de praktijk verzuchten franchisegevers nogal eens dat zij zich gegijzeld voelen door hun franchisenemers, en dat is wellicht niet altijd ver van de waarheid.

Mr. J.H. Kolenbrander - Franchise advocaat

Als het adagium ‘onbekend maakt ongeliefd’ ergens voor geldt, dan is dat voor een onderwerp als het mededingingsrecht en de bepalingen van de Mededingingswet. Door de associatie met het, voor de leek vaak ongrijpbare, Europees recht wordt het mededingingsrecht soms te snel afgedaan als onbelangrijk voor de dagelijks beslommeringen waarmee franchisegevers en –nemers te maken hebben. Het tegendeel is echter waar om redenen die kort zullen worden aangestipt.

Mr J. Sterk - Franchise advocaat

Franchising, zeker hard-franchising, is in toenemende mate een gemengde rechtsverhouding. Er wordt door partijen dan niet alleen een franchiseovereenkomst aangegaan, maar ook een (onder-)huurovereenkomst. Veelal verwijzen beide overeenkomsten dan ook naar elkaar en kunnen deze ook niet goed zonder elkaar bestaan.

 

Mr A.C. van Engel - Franchise advocaat

In deze rubriek is eerder geschreven over “franchisegever in moeilijkheden” en in aansluiting daarop, “Wat te doen als het faillissement een feit is?”. In deze bijdrage wil ik specifieker ingaan op de mogelijkheden van verrekening van vorderingen in faillissement.

Mr. P.H. Huth - Franchise advocaat

Indien u - in uw hoedanigheid van franchisegever - uw franchiseformule wenst uit te breiden dienen van tevoren een aantal zaken vooraf deugdelijk te zijn geregeld. Natuurlijk dient u te beschikken over een franchiseovereenkomst die voldoet aan de nationale en Europeesrechtelijke regelgeving. Een ander onderwerp dat vóór het aangaan van een nieuwe franchiseovereenkomst mijns inziens op een adequate wijze geregeld dient te zijn is de verhouding tussen franchisegever/verhuurder en franchisenemer/huurder. Op dit laatste onderwerp wil ik nu nader in gaan.

Mr S.L. van Vlaardingen - Franchise advocaat

Er is nogal eens sprake van een verkeerd beeld bij de vergoeding van proceskosten, wanneer wordt overwogen een procedure te starten, wanneer een partij door een ander in een procedure wordt betrokken, zowel bij franchisegevers als franchisenemers. Een veel gehoorde veronderstelling is dat bij winst in de procedure de kosten van de procedure worden vergoed door de verliezende wederpartij. In de praktijk ligt dat echter anders.

Mr J. Sterk - Franchise advocaat

Ook in conventionele franchisekringen mag internetverkoop zich in toenemende belangstelling verheugen. Met name in de retail neemt het omzetaandeel en daarmee de interesse in het toevoegen van internetverkopen aan de conventionele formules hand over hand toe. Nog niet in alle franchiseovereenkomsten is rekening gehouden met dit fenomeen. Met name in die situaties rijst dan ook steeds vaker de vraag wat wel en wat niet is toegestaan. Staat het de franchisegever, dan wel de franchisenemer vrij, zonder nadere afspraken, al dan niet dergelijke activiteiten te ontplooien?

Mr J.H. Kolenbrander - Franchise advocaat

Kort geleden, te weten 27 augustus 2008, heeft een kort geding rechter zich onder andere uitgesproken over de vraag of een franchisenemer tussentijds uit een franchiseketen mocht stappen. Dat bleek het geval te zijn. Wat was er aan de hand?

Inhoud syndiceren